Wereldkampioenschappen Atletiek Parijs 2003

Samen met Wigert vertrek ik om 8.30 richting Utrecht CS, waar een bus (ja een bus) klaar staat om ons naar Parijs te brengen. Vlak voor aankomst nog ff snel de verplichte oranje polo aan en dan handjes schudden.
Altijd weer een beetje onwennig. Dit is ook de eerste keer dat ik de meiden van het team weer zie sinds Kristel zich heeft terug getrokken. De sfeer lijdt er niet onder.
Omdat de KNAU het een goed idee vond een paar duizend flesjes AA mee te nemen, passen de koffers (en de enorme airco van Chris T.) niet in de bus en moet de rest op de achterbank. We kunnen er om lachen, tot we na zeven uur bus (en een lunchpakket met zachte broodjes en een marsje) in Parijs aankomen en blijkt dat alles door de röntgen moet en de bus de campus niet op komt. Uurtje sjouwen dus. Wel goed voor de teamspirit en je kan meteen goed zien wie zich onttrekt aan het “groepsgebeuren”. Dat krijg je met zo’n einzelgangers sport....

De campus ziet er geweldig uit. Alle deelnemende landen zijn verdeeld over de verschillende “huizen” en je kunt per witte fiets overal naartoe crossen. We zitten bij de Belgen en de Fransen en dus in het beste gebouw. Allemaal een eenpersoonskamer met eigen douche en toilet. De Duitsers moesten bijvoorbeeld met z’n tienen de badkamer delen...

’s Avonds eten we buiten op de veranda met uitzicht op een groot podium. Daar stond een dj lekker te draaien en kon je tijdens het wk op twee grote schermen de wedstrijden volgen. Ik moet me heel erg inprenten dat dit geen vakantie is maar een WK. (Het eten is de eerste dag nog heel ok, maar na tien dagen hetzelfde voedsel piep je wel anders...)

Moe maar voldaan lig ik ’s avonds naar het plafond te staren. Ik ben echt in Parijs en misschien sta ik straks op een atletiekbaan in een stadion met 70.000 toeschouwers...

Tot aan de wedstrijd

Judith en ik wisten toen we in Parijs aankwamen nog niet wie van ons zou lopen. Ik had zelf het gevoel dat ik iets meer kans had, maar Judith was goed in vorm en liet ook in de training zien dat ze het spelletje wel snapt.
Tijdens de teambespreking kwam het verlossende woord dan eindelijk: ik mocht lopen. Of dat als derde of vierde werd gingen we in de training nog bekijken.
We hebben drie trainingen gedraaid in Parijs (op de trainingsbaan aan de overkant van de campus, deze trainingsbaan was een enorm stadion met daarnaast nog een atletiekbaan...) en die gingen allemaal hartstikke goed. Geen slechte wissels en de meeste zelfs echt scherp.
Vaak waren er meer teams aan het trainen, zodat we hun wissels volledig af konden kraken en laten zien hoe het wel moest, ahum. Zonder een beetje gezond zelfvertrouwen kom je natuurlijk nergens.
De laatste training ging zelfs zo goed dat Wigert stond te applaudiseren langs de kant, al zal hij dit natuurlijk altijd ontkennen ;--) Hij heeft nu eenmaal zijn “bijna matig” reputatie om hoog te houden.
Pascal stond minder lekker op vier dan op drie, en toen we die wissel niet meer konden oefenen omdat mijn hamstring vervelend ging doen was de keus snel gemaakt. Ik werd vierde loopster. Gaaaaaaaaaaf!!!! “Ja Anne, dan loop je misschien wel tegen Kelly White, of Hurtis.” Shiiiiiiiiit... En weer een avondje naar het plafond staren.

Jackie P. kwam al voor de 25e keer uit voor Nederland en mocht daarom de vlag dragen tijdens de opening. Ja, ze weten wel hoe ze haar blij moeten maken! En ze kreeg ook nog een mooie badge, geluk compleet! Natuurlijk boden wij (rest van de 4 x 100) meteen aan om met haar mee te gaan. Oh, wat zouden we daar een spijt van krijgen. Want meelopen tijdens de opening lijkt misschien leuk, maar dat is het helemaal niet. Eerst moet je een uur wachten, terwijl er allemaal gestresste mensen tegen je te lopen schreeuwen. Vervolgens word je in rijen gezet, moet je de catacomben van het stadion in en mag je daar weer een uur wachten. (En ik moest al zo nodig). Ondertussen zien de mensen in het stadion een fantastische act, waar wij niks van meekregen.
Oké, als je dan eindelijk de baan op stapt is dat wel ff kicken. Meteen als een waanzinnige aan het zwaaien, cool doen was geen optie. Vervolgens weer wachten tot alle belangrijke mannen hebben gespeeched en je weer weg mag.

Dit was wel de eerste keer dat ik de enorme vlag van Joost en consorte mocht aanschouwen, errug gaaf. En groot!!! Lang leve de mobiel, meteen Joost gebeld en later foto gemaakt.

Helemaal gebroken terug in bus en trein, dat was nog een hele onderneming, vooral op de terugweg. Wel was er een speciale “atletentrein”, die aan de overkant van de campus vertrok. Het laatste stukje naar het stadion ging met de bus mét politie escorte, natuurlijk. (Je zou er bijna arrogant van worden).
We zijn twee keer ’s avonds naar het stadion geweest om de 100 meters te kijken en vast een beetje sfeer te proeven. Ik zat bovenop de start toen Jon Drummond eruit vloog. Wat een spektakel.
De laatste dagen voor de wedstrijd ben ik niet meer naar het stadion geweest. Ik wilde zoveel mogelijk rust pakken. De laatste twee dagen ben je het eigenijk wel zat en wil je gewoon lopen. Mijn boek was uit, de Viva, Cosmo en Starstyle ook en iedereen was verder een beetje z’n eigen ding aan het doen.

Vrijdag 29 augustus, DE WEDSTRIJDDAG

Eindelijk was het vrijdag, en tegelijkertijd, gatver, het is vrijdag. Nu moet ik echt. Maar eerst nog de dag door zien te komen. Ontbijt, lunch en avondeten waren de hoogtepunten van de afgelopen dagen, dus wat afwisseling was welkom.
’s Middags met z’n allen warm gegeten en daarna op naar Stade de France. We waren erg op tijd, dus konden we eerst nog een uurtje “spanning opbouwen” voor we aan de warm-up begonnen. Daarvoor hadden we een tijd afgesproken, maar toen de meeste andere teams al aan het hobbelen waren begon het te veel te kriebelen en gingen we ook maar aan de bak. Ik was behoorlijk zenuwachtig, maar wel lekker, een beetje zoals in Heusden. De inloopbaan was snoeihard, dus dat liep makkelijk en voelde snel aan.
Het was de hele week super mooi weer geweest, maar nu regende het. Dat was natuurlijk in ons voordeel en in het nadeel van onder ander Jamaica en Nigeria. Ja, wij breien overal wel een positief puntje aan.

Bijna een uur voordat we moesten lopen werden we verwacht in callroom 1. Daar werd je hele tas binnenste buiten gekeerd (Joan moest haar estafette stokje inleveren, het ligt geloof ik nog steeds in Parijs) en gekeken of we de juiste kleding aan hadden. Daar deden we ook de reusachtige startnummers op konden we de concurrentie vast van dichtbij bekijken. Vanuit die callroom gingen we vrij snel door naar callroom 2. Die lag helemaal aan de andere kant van het stadion en dus maakten we weer een fijne wandeling door de catacomben. Callroom 2 was iets kleiner en er was maar één toilet. Toen ik daar vanaf kwam en zag dat bijna iedereen in het kippenhok haar spikes al aan had sloeg de stress toe. Ik kan er gewoon niet tegen als iedereen eerder klaar is dan ik. Vervolgens kregen we ook nog eens donkerblauw tape waarvan ik betwijfelde of je het wel zou zien op de baan. Hellup! Ik wilde daar zo snel mogelijk weg en gelukkig duurde het ook niet lang voor we de baan op gingen. Ik had nog geen drie passen op het tartan gezet of hoorde al iemand mijn naam roepen.

Hoewel ik me nog zo had voorgenomen om me professioneel te gedragen en niet als een toerist te gaan lopen zwaaien was dat natuurlijk wel wat ik deed...
“Onze” vlag hing in de bocht bij de start van de 200m en daarboven stond een oranje poppetje te springen. Weer zwaaien dus.
We zaten in de tweede serie en moesten dus nog even geduld hebben. Ja, dan sta je daar een beetje om je heen te kijken en te doen of je Kamiel Maase helemaal niet twee meter bij je vandaan op de tribune ziet zitten. Kim Gevaert deed een versnelling, dus dat deed ik ook maar. En nog wat sprongetjes en een korte hakkebil. Er hing echt een hele aparte sfeer in het stadion. Een lekker soort spanning, maar dan waar je rustig van wordt en niet echt gestressed.
Ik voelde me heel klein in dat grote stadion, maar stiekem toch ook groot en belangrijk: ik ging meelopen op het WK!!!

Toen we dan eindelijk de baan op mochten was de “enge” spanning opeens weg. “Laat ze maar komen”. Ik had nog een klein akkefietje met de jury, want naast het blauwe tape had natuurlijk gewoon mijn eigen witte tape geplakt. Dat mocht dus niet. Toen ik na mijn versnelling op de baan terug liep stond er een man in mijn baan met een rode vlag de lucht in. Ja, oui, oui, dat is mijn tape. Wat, mag dat niet? "Je ne comprends pas!" Oh, oké, je wordt een beetje boos, nou dan begrijp ik het toch wel. Dus ik moest het met ’t blauwe tape doen, ging wel goed komen.
Ik keek nog even naar het grote scherm om te zien of er al wat gebeurde en zag daar vervolgens mijn eigen hoofd reusachtig afgebeeld. OK, dat hoefde nou ook weer niet, laten we gewoon beginnen en knallen met die handel. Toen de race dan eindelijk begon keek ik eerst naar de verkeerde Joan, namelijk een dame in baan drie, terwijl wij toch echt in vijf zaten. Op tijd in de gaten dus ik kon wel zien dat de wissel van Joan op Jackie steengoed was. De 2e wissel kon ik niet goed zien en toen kwam Pascal alweer aansprinten. Dat er ook nog andere meiden door de bocht heen scheurden heb ik niet eens gezien, mijn focus was alleen bij een Pascal, en het blauwe tape op de baan.
Ik weet ook niet of ik Pascal “pak” heb horen schreeuwen (70.000 mensen kunnen best wat lawaai maken) maar halverwege het vak deed ik m’n arm naar achter en was de wissel gemaakt. Ik liep met het veld mee naar de finish, haalde niemand in maar werd ook niet ingehaald, en toen was het alweer voorbij. Veel te snel! Joan en Pascal kwamen er ook aan en vol spanning stonden we naar het scorebord te turen.
Yeeeeeeeh, onder de 44. 43.96 da’s geen tijd om je voor te schamen en sneller dan tot nu toe gelopen met het team.

We werden letterlijk van de baan verwijderd, de 3e serie ging starten. Ik wilde nog helemaal niet weg! Na een kort tv interviewtje voor de NOS en een wat langer gesprek voor de radio op naar het warming-up terrein om de coach te zoeken.
Helaas had iemand bedacht om de vierde loopster van het team dat in de tweede serie vijfde zou worden naar de dopingcontrole moest en was ik de Sjaak. Wel eerst uitgelopen en blij gedaan met Wigert, Rick (fysio), Peter V. en Henk (Short). We kregen zelfs een compliment van Charles v. Commenee. En toen werden we ook nog twaalfde in totaal en was de Olympische nominatie in de pocket.

Dit kon niet gevierd worden met de bekenden in het stadion, want ik moest nog een potje vol piesen. Ik had ondertussen al twee liter water op, dus het kon nooit lang gaan duren. In de wachtruimte belden we (Wigert was mee) nog met de krant en het thuisfront. (Ook vulden we onze rugzak met blikjes bier, opdracht van Henk en Jackie.) Het potje was snel gevuld, ik had zelf zoveel gedronken dat ik meteen daarna nog drie keer naar de wc moest.

Het stadion was al verlaten toen we buiten kwamen, maar Joan, Joost, Martin en Ron stonden nog te schuilen bij de hotdog kraam. Tof om ze nog even te zien. Laat thuis, laat gegeten en i.p.v. gaan slapen toch maar Parijs onveilig gemaakt met het gehele team en Rens, Bram, Arnoud, Chiel, Youri en Cedric.
Twee uur slaap moest goed genoeg zijn, want het was tijd voor de mannen om in aktie te komen. En wat een aktie. Het was zo super om dat te zien. Gewoon twee keer een Nederlands record! Jackie en ik hadden zo onze eigen manier om dat te vieren. Gehuld in zwarte kleding, met pet op en tas mee (daarin scharen en een scalpel van “de dokter”) gingen we op jacht naar vlaggen en doeken van het WK.
Het eerste doek was een koekie, waardoor we een beetje overmoedig werden. Vervolgens werden we op heterdaad betrapt door de bewaking en dropen we af naar bed. Zondagavond ging het gelukkig een stuk makkelijker...

Toen de mannen zondag ook nog eens een vierde plek behaalden kon het feest niet meer stuk. Ok, wij hadden het goed gedaan, maar dit was geweldig!!! En weer reden voor een feestje. Het eindfeest werd gehouden op de campus. Daar was een soort van kermis verrezen, compleet met discotrain, trampolines, ballengooien, boksbalrammen en suikergoedkraam.
Eerst hebben we lekker aan de kebab gezeten, toen aan de Belgische frieten, vervolgens een suikerspinnetje en zoete lollies. Lekker dansje gemaakt, maar de dj wilde onze plaatjes niet draaien, dus taaiden we rond vieren af.

Volledig brak zat ik de volgende dag in de bus nog een beetje na te dromen, maar niet te lang, want Wigert en ik waren alweer plannen aan het maken voor de beste weg naar Athene.........

Terug