Biografie

15 februari 1975. Vroeg in de ochtend word ik, geheel volgens het boekje (zei de dokter) door mama Bernadette op de wereld gedropt. Iets minder volgens het boekje werd ik vervolgens aan de borst van de verkeerde moeder gelegd. Gelukkig was zij net bevallen van een zoon en na een snelle switch was alles onder controle...

Op de kleuterschool deed ik al aan sprinten tijdens de pauze, het zogenaamde “pakkertje”. Maar ik ging toch op klassiek ballet, later jazzballet, zwemmen en uiteindelijk turnen. Stijve hark die ik ben bakte ik er niet veel van, alleen trampolinespringen ging goed: ik liep heel hard aan... Op mijn twaalfde ging ik dan eindelijk op atletiek. Dat ging vanaf het begin best goed. Sprinten vereist weinig coördinatie en is dus helemaal mijn ding. Natuurlijk deed ik toen ook alle andere nummers, maar een flop hebben ze me nooit kunnen leren en ik heb een keer zes meter geworpen met een speer. (via mijn hoofd met de verkeerde kant in de grond...)

Tijdens mijn eerste “echte” wedstrijd, de C-spelen, werd ik derde op de 80 meter in 10.00 seconden. Twee keer trainen in de week werd al snel drie keer. Ik werd “uitgenodigd” om op woensdagavond mee te doen met de sprinttraining van Ron Huibers. Dat was behoorlijk buffelen, maar heel leuk en altijd anders. Ron is erg creatief in het moe maken van atleten.

Mijn progressie op de 200m was behoorlijk en ik werd bij de junioren Nederlands Kampioen indoor en outdoor op dit nummer. De 100m ging ook aardig, maar ik weet nog dat de 12 seconde barrière onhaalbaar leek. Ik zei tegen Wigert dat ik wel echt heel goed zou zijn als ik onder de twaalf seconden kon lopen. Dat deed ik, als junior, bij de Nederlandse Kampioenschappen voor senioren. 11.96 en een zesde plaats. Op de 200m werd ik vierde.

Van de hechte trainings- en vriendengroep die in de juniorentijd was gevormd bleef weinig over. Doordat iedereen stopte met atletiek hielden de uitstapjes naar het strand, de film en wedstrijden ook op. Ik was de harde kern geworden, in mijn eentje. Gelukkig kwamen en bleven er ook nieuwe mensen trainen bij KAV. Je zou bijna vergeten dat Stoffel (Christoph), Joost, Steunzool (Arno), Box (Mirjam), Natacha, Selma, Joan, Carian en Frank “import” zijn.

Ondertussen trainde ik zo’n vijf tot zes keer in de week. Naast het lopen op de baan en in het bos kwamen er twee krachttrainingen bij. Dat sloeg goed aan. In 1997 won ik zowel de 200m en de 60m indoor. Op die laatste titel was ik ongelofelijk trots. Mijn start is niet mijn sterkste punt en dat is lastig goed te maken op zo’n kort stukje. Doordat een collega atlete het niet eens was met de uitslag van de 60m werd het geen vrolijk feestje maar een emotionele dag met veel stress. De volgende dag won ik de 200m met zoveel voorsprong op nummer twee dat daar geen finishfoto aan te pas hoefde te komen.

Indoorwedstrijden zijn trouwens niet mijn favoriet. Zoveel mensen dicht op elkaar, geen frisse lucht. Ik loop dan rond met een enorme rode boei en heb na de wedstrijd verschrikkelijke koppijn. Gelukkig is het indoorseizoen maar kort...