Stellenbosch 2004

Vijf januari landen we ’s ochtends vroeg in Kaapstad. De vlucht van elf uur is me heel erg meegevallen, ik heb lekker geslapen. (met dank aan ’t slaappilletje).
Het is een groot vliegveld, modern, on-Afrikaans. We staan te wachten op de bus als er twee donkere vrouwen met babies op hun rug blootsvoets komen aanlopen. Nu heb ik meer het gevoel dat ik in Afrika ben. Dit is voorbij zodra ze ergens onder hun rokken een pas vandaan halen en in de rij gaan staan bij de pinautomaat.

Zodra we Kaapstad verlaten en de snelweg oprijden begint vlak naast de weg de Township. Kleine “huisjes” (lees krotten), gemaakt van hout, golfplaat en plastic. Alles is vreselijk dicht tegen elkaar aangebouwd en overal ligt afval. In de bus wordt het stil. De Township is vele kilometers lang en breed.  Het laatste stuk van de rit gaat langs wijnboerderijen en wijnvelden. De tegenstelling is groot.

We logeren in guesthouse “Fynbos”, een aantal atleten is al eerder aangekomen en wacht ons op. Jacky (Poelman) en ik slapen in het tuinhuisje, naast het ieniemienie zwembad. De komende weken zullen we de rest behoorlijk wakker houden met ons gegiechel.’s Middags gaan we naar de baan en die ligt echt supermooi, tussen de bergen. Het enige minpuntje is de regen… Gelukkig heb ik de rest van de tijd mijn trainingspak in de kast kunnen laten omdat het zo bokheet was. Het enige dat we doen is een beetje loslopen en wat versnellingen, die vliegtuigbenen weer aan het werk zetten.
Ontbijten doen we op het binnenpleintje van Fynbos, lunch en avondeten staan elke dag voor ons klaar bij “de Soete Inval”, ja, hoe Hollands kan het zijn. De eigenaar is dan ook een Nederlander die al een aantal jaar een restaurant runt in Stellenbosch. Het eten is heel verantwoord, ’s middags kipfilet, bruin brood en veel fruit. Ook ’s avonds wordt goed rekening gehouden met ons dieet.Twee weken elke dag bij dezelfde tent eten is ook weer iets too much, goeie andere plek is Java waar ze een superlekkere Thai Chicken Salad maken en je ook kan internetten.

Omdat ik geen indoor ga lopen dit jaar trainde ik op andere schema’s dan Joan, Pascal en Jacqueline. Judith heeft veel hordetrainingen gedaan. Mijn trainingen bestonden vooral uit wat langere loopjes op een laag tempo. En het is behoorlijk lastig om 22 seconden te doen over een 150 meter als mensen langs de kant je aan gaan moedigen. Vlak voor vertrek had ik veel last van mijn hamstrings en kon ik niet veel doen. Vanaf dag één in Stellenbosch ging het veel beter, ook met dank aan Rick Menick, onze fysiotherapeut. Die eerste week hebben we ook weer eens gewisseld en dat ging eigenlijk meteen heel goed. Je merkt ook dat iedereen naar elkaar kijkt en tips geeft over wat er anders of beter kan. Ja ja, wij constateren een teamspirit!!!

Ter afsluiting van de eerste week zijn we met het mannen en vrouwen 4x100 team en Peter, Wigert en Rick lekker gaan eten in een visrestaurant. En vis moet natuurlijk zwemmen… Natafelen deden we in “Het Wijnhuis”, Wigert en Peter kunnen meer vertellen over dit etablissement dat al snel hun stamkroeg leek te worden.Tot slot nog even de voetjes van de vloer gegooid in de “Nu Bar”. De muziek was waardeloos maar een feestje is zo gemaakt als je met de goeie mensen op stap bent. Ja, Tim, Troy en Caimen kunnen dansen! Zondag was rustdag, maar ik werd om tien uur opgehaald door twee goede vrienden uit Haarlem die nu al twee maanden in Hermanus wonen (klein uur van Kaapstad). Ze zijn op wereldreis en ik heb ze een half jaar moeten missen. (En hun kookkunsten ook!) Eigenlijk hadden ze al in Australie moeten zijn, maar het werk op een zwarte school naast de Township beviel zo goed dat ze hun visum drie maanden hebben verlengd.
We zijn via de kustweg en de Afrikaanse pinguins naar Hermanus gereden. Daar lekker geluncht en er moest natuurlijk worden bijgepraat. Toen het ’s middags iets minder warm was vertrokken we naar een kleine baai voor een frisse duik. En fris was het. Zeg maar koud. Zo koud dat ik mijn bovenbenen niet meer voelde toen ik het water uit kwam.Ze hebben me ’s avonds weer netjes afgezet in Stellenbosch en beloofd een week later weer terug te komen.

Ook de tweede week ging het trainen goed. ’s Ochtends een loop- of krachttraining, na de lunch even slapen en dan rond een uurtje of half vijf weer richting baan of krachthok voor wat fijne rompoefeningen of zweten op de fiets. George Friant (polstokhoogtrainer) heeft twee middagtrainingen voor zijn rekening genomen en die kent een hoop oefeningen die wij niet kenden maar nu nooit meer zullen vergeten (snap je?).
Donderdag moesten we allemaal op komen draven in ons “Nederland” tenue; de NOS kwam filmen. Het wisselen ging alweer zo goed, de elektronische ogen gaven zelfs snellere tijden aan dan vlak voor Parijs. De snelste wissel bij de dames was die van mij op Joan, jammer dat deze nooit voor zal komen in een echte opstelling. Na de training nog een heel kort interview gedaan voor de camera, ik was niet eens zenuwachtig. (En kreeg later veel complimenten van mensen die het hadden gezien.)

De laatste week vloog voorbij. Ik merkte wel dat ik wat moeier werd en mijn hamstrings het zwaar begonnen te krijgen. Een echte killer was een dag van 48 graden in de zon, geen schaduw en geen wind op de baan. Mijn voetzolen deden pijn doordat de baan zo heet was. Ik moest acht keer 150 meter lopen en zat na vijf keer al zonder zuurstof. Caimin wist me op te peppen met zijn “no pain no gain Anne!”, het feit dat er een hoop andere mensen ook keihard aan de bak gingen hielp ook. Een loodzware training maar na afloop voelt dat zo lekker! Er werd ook weer goed gegeten, op een wijnboerderij en bij Spier, waar je in Afrikaanse sferen dineert. Tijdens het eten wordt er gezongen en gedanst en uitbuiken doe je op grote loungebanken. De avond was veel te snel afgelopen.
Gelukkig werd ik zondag braaf opgehaald voor mijn wekelijkse uitje. Wederom lekker gezwommen en gehangen. Het afscheid was raar, ik moet nu een half jaar wachten tot ik Auke en Maaike weer zie. Na een korte training op maandagochtend, nog wat rondslenteren in het dorp en het uitgeven van onze laatste geld stapten we weer in de bus richting Kaapstad. Iedereen was heel uitgelaten en gezellig, totdat we weer langs de Township reden en iedereen stil naar buiten zat te staren.

Het was een hele goeie stage. Veel en goed werk verzet en heel erg veel gelachen! Chiel Warners vraagt zich nog steeds af waarom zijn was maar niet droog werd, Rutger Smith kan hier meer over vertellen. Grote spinnen die worden gevangen en dan vlak bij ons tuinhuisje worden losgelaten (niet grappig). Een dolle kat in onze slaapkamer die tegen de muur op vloog en er voor zorgde dat we om half twee Troy en Caimin uit bed belden om te komen kijken of hij echt weg was. (En heel het huis wakker gelachen) Veel Robbie Williams en te veel Wham (volgens sommigen). Tellen is moeilijk als je met twee busjes rijdt, voor je het weet laat je twee mensen achter (sorry Karen en Chiel). Een rups of worm in de soep is heel normaal en bevat goede voedingsstoffen. “Hoer school” is geen opleidingsinstituut voor prostituees, maar gewoon de hogere school en een vlinder heet natuurlijk “Schoenklapper”. Een wedstrijd “bommetje” in het zwembad tussen Caimin en Troy is niet spannend, Troy, you suck! Rutger Smith kan met een one man show het theater in, die gozer houdt zijn mond maar niet en wat er uit komt is zelden serieus te nemen. (Arme Chris, die lag bij hem op de kamer.) Het mannenteam had nog iets tegoed van Wigert (i.v.m. weddenschap) en dit werd de laatste avond waargemaakt. Achter gesloten deuren, zonder camera’s. En dat is maar goed ook! Zo kan ik nog wel even doorgaan, maar zoals ze zeggen: je had er bij moeten zijn.Ik heb nog niet eerder zo’n goeie tijd gehad met zo’n grote groep mensen die elkaar eigenlijk amper kennen. Er is een grote stap gezet richting Athene!

Terug